Beste ouders,

Ik moest onverhoopt weg...slepende zaken mbt het Institut Néerlandais. Dit is nu afgesloten en het boek is voorgoed dicht...

Hierdoor heb de kinderen in de goede handen van Francina, Anouchka en Marieleen moeten achterlaten en ik heb de les pas na de pauze weer kunnen oppakken. Geen nood, de kinderen van groep 3 hebben goed doorgewerkt en de lesstof behandeld met Francina. De kinderen van groep 4 hebben een boekje gemaakt over dieren ons thema. Dank aan mijn fijne en lieve collega's!

Hieronder schrijf ik het lesverslag zoals ik het had voorbereid.

Groep 3

De letters L als laatste letter van het woord. Dit is bij een woord als bijl best wel lastig omdat de ij anders klinkt. Je hoort een è maar je schrijft een ij.

Ik heb de kinderen laten voelen dat je het niet anders kunt uitspreken als je het hele woord leest.

We hebben ook de ou geleerd. Het kernwoord daarbij is hout. Ik noem deze ou een ootje ou want er bestaat ook een aatje au. En hoe weet je nu of het een ootje of een aatje ou/au is? Dat moet je leren, uit je hoofd.

Ook hebben we de ie behandeld. Een verzameling maken van woorden met een ie. De woorden waar je een ie hoort omcirkelen, de woorden met een ie lezen.

Het huiswerk voor groep 3

Maken uit boekje 5: blz. 21, 22 en 23

Groep 4

De kabouternamen van de Abbekaart (achter in het spellingschrift) terugvinden in woorden zowel visueel als auditief.

Introductie van de Abe kaart. Ik heb de kinderen de kabouternamen van de Abekaart laten lezen. Dat is best verwarrend want er staat een a maar in de naam zeg je aa want er staat maar een b en daarna een e: a-b-e

Ik heb de kinderen zinnen laten horen waarin steeds 2 Abekaart namen inzaten die zij moesten vinden. Ze zagen dus niet de zinnen.

Bijvoorbeeld: Wij willen een huis maken om in te wonen.

Dit was in het begin moeilijk omdat ik in elke zin ook een Abbekaartwoord gebruikte.

En toen was er een kindje die zei: Nu snap ik waarom je het steeds over lange en korte klinkers hebt. Die moet je eerst kunnen anders weet je niet bij welke kabouternamen ze horen. "Yes", dacht ik, het lukt !!! en ik kon het kind wel in de lucht gooien van blijdschap!

Verder hebben de kinder rijmwoorden moeten maken met de au en de ou.

Huiswerk goep 4

Maken uit je spellingschrift: Blz. 8 oef. 3, blz. 11 oef. 2+3

Verder gaan we een kwartetspel maken van diersoorten. Kunnen de kinderen plaatjes meeenemen van: knaagdieren, graseters, huisdieren, roofdieren, schelpdieren, vissen, vogels, jonge dieren etc.

De kinderen krijgen allemaal een diersoort voor hun rekening. Had ik deze ochtend willen verdelen maar ben er niet aan toegekomen.

Veel groeten, Eline